Freelancers, start-ups, entrepreneurship,… allemaal leuke termen die lekker in de mond liggen.
Concreet gaat het gewoon over het stimuleren van ondernemerschap en roept het mensen met een goed idee op om zich daar zoveel mogelijk in te ontplooien door een eigen zaak te starten. Als je dan nog een beetje eigenzinnig bent en niet graag de bemoeienis hebt van een baas, ben je helemaal geschikt.
Ik vind zeker en vast dat mensen de dingen moeten kunnen doen die ze willen doen, en ik besef zeker en vast dat ondernemerschap nodig is. Want creativiteit, zowel in ondernemingszin als artistiek, zorgt voor vooruitgang waar normaliter iedereen beter zou moeten van worden.
Maar toch heb ik er enkele bedenkingen bij. Want niet iedereen heeft de kans voor ondernemerschap, laat staan dat iedereen in de maatschappij mee is met de trends die deze start-ups stimuleren…
Inspiratie voor deze blogpost: een opiniestuk in De Morgen van Guillaume Van der Stighelen en de GentM avond van 27 maart over de opening van de Start Up Garage van het IBBT.
Wat is dat, een start-up?
Ik zou hier al aan een blogpost beginnen schrijven over start-up bedrijven zonder uit te leggen wat dat nu eigenlijk is. Gelukkig bestaat er zoiets als Wikipedia, en Bart De Waele, een “wijze” Gentse ondernemer, die daar een zeer duidelijke blogpost over heeft geschreven, en dat gebruik ik ook als bron voor dit korte stukje.
Concreet komt het hierop neer: “een start-up is een tijdelijke organisatie op zoek naar een schaalbaar en herhaalbaar business model.”
Het gaat dan over zoektocht uit drie delen: idee > business > bedrijf. Alles start met een creatief idee, vanuit een expertise of visie, dat via de opstart van een business, verkopen aan zo veel mogelijk klanten die bereid zijn voor dat idee meer te betalen dan dat het kost om te produceren, uit zou moeten monden in een bedrijf, om ervoor te zorgen dat het idee blijft verkopen, zelfs al is de starter ondertussen al uit het bedrijf gestapt (om bijvoorbeeld te gaan rentenieren of naar het bejaardentehuis wordt gerold).
Start-up en freelance: iedereen gelijke kansen?
Het pleidooi van Van der Stighelen, dat hij lanceerde op 3 maart in De Morgen, vóór de opstart van een eigen zaak heeft wel een zeker charme. En in een ideale wereld gaat zijn zinnetje “Als er een oplossing komt (voor de economische crisis en de stijgende onzekerheid waarin we nu leven, nvdr) ga je die zelf moeten creëren.” echt wel op. Maar in die ideale wereld leven we bijlange niet.
Tegenwoordig zijn er talloze initiatieven om de opstart van een start-up en een carrière als freelancer talloze keren eenvoudiger te maken door middel van logistieke en consultancy ondersteuning. Zo verschijnen er her en der co-working spaces in de steden, ook in België. In Gent heb je bijvoorbeeld Bar Buro.
Daarnaast is er in Gent ook de Start-Up Garage van het IBBT, waar Gent M op 27 maart 2012 nog een avond rond deed, niet toevallig tijdens de officiële opening ervan. Bedoeling is dat er daar massa’s studenten binnen sijpelen die een eigen zaak opstarten of in een start-up gaan werken, bij voorkeur in de richting van ICT, en dat er kennis en ervaringen worden uitgewisseld. En dat allemaal in een ruimte die 7 dagen op 7 open is, 24 uur op 24. De ambities zijn er alvast: het aantal ict-studenten dat een eigen bedrijf start of in start-up aan de slag gaat optrekken naar 50%.
Versta me niet verkeerd, ik vind dat zeker goeie initiatieven.
Zelf heb ik geen ervaring met de start-up of het runnen van een eigen zaak en veel mensen in die richting ken ik niet. Maar als economisch denkende mens neem ik aan dat er voor een start-up startkapitaal nodig is. Studenten start-ups lijken me dan ook ideaal voor mensen met een goede financiële basis (ouders, schoonouders etc).
Maar what about the rest? Niet iedereen heeft de financiële middelen voor een start-up, en kan dus eventueel de dingen doen die hij of zij wil doen. Zelfs al heeft hij of zij eerst een paar jaar gewerkt. Want geef toe, startlonen kunnen misschien genoeg zijn om van te leven bij hoger opgeleiden (er dan van uit gaande dat ze meteen aan een job geraken), maar als je voor je begon te werken al niet voldoende startkapitaal had om een zaak te starten, dan heb je dat na die paar jaar werken waarschijnlijk ook niet.
Voldoende startkapitaal is een obstakel dat door Van der Stighelen in zijn voor de rest zeer interessant opiniestuk naar mijn gevoel een beetje over het hoofd werd gezien. En dat is jammer…
Startende ondernemers kunnen zich proberen wenden tot de bank voor een lening, maar vraag is of banken ideeën zonder concreet business plan gaan steunen. Want als jeéén van de sprekers op de Gent M avond van 27 maart mag geloven, beginnen start-ups eerder met een creatief idee dan met een business plan. Ik weet niet of banken daarmee tevreden zijn.
Langs de andere kant zouden banken beter hun geld hebben gestoken in wilde ideetjes van start-ups dan in de dingen waar ze hun geld in hebben gestoken de jaren voor de financiële crisis van 2008. Maar dat is een andere discussie.
In België zijn er voor startende ondernemingen wel een aantal subsidies van overheidswege, maar echt stimulerend voor minder kapitaalkrachtige young potential entrepreneurs die gaan afstuderen of net afgestudeerd zijn, vind ik daar niet.
Neem nu de federale overheid: daar moet je dus eerst volledig uitkeringsgerechtigd werkloos zijn om recht te hebben op een startlening, of leefloontrekker zijn om recht te hebben op een solidaire lening. Bij dat eerste, de startlening, is er wel een eigen inbreng van minimaal 25% vereist. Dat is niet niks: 1/4 van €30.000, kan je dat als student van bijvoorbeeld arbeidersouders zomaar op tafel leggen?
De federale overheid voorziet ook een aantal fiscale gunstmaatregelen. Maar die zijn allemaal gerelateerd aan investeringen, en om te kunnen investeren moet je geld hebben.
Heb je het geluk een banklening te krijgen, dan is er de Vlaamse overheid Vlaamse die tot 75% van de lening kan waarborgen. Maar dan moet je er dus wel eerst nog één krijgen.
Met andere woorden: wordt er wel voldoende gedaan om iedereen financieel toe te laten een eigen start-up op te starten? Houden of kunnen initiatieven als IBBT, de Start-Up Garage, Gent M etc hier rekening mee houden en aandacht aan schenken? Of is ondernemen alleen voor de happy few?
Een idee: start-ups voor sociale doeleinden
Wat met de digitale kloof?
Wat meer is, die eigen business situeert zich tegenwoordig, tenzij ik me vergis, meer en meer in de richting van social media, apps, ICT development, webdesign, cross-media & multimedia marketing et cetera. Het is een feit dat de digitale media een steeds belangrijker plaats innemen in onze maatschappij: zaken als online shopping, smartphones, apps, sociale media als facebook en Twitter kan je tegenwoordig niet meer wegdenken.
En waarop zijn alle bovengenoemde activiteiten gebaseerd allemaal? Op internet.
Internet hebben kost geld, net als de hardware om van het internet te kunnen genieten: pc’s en laptops. Het is een feit dat niet iedereen met die “trend” mee is, simpelweg omdat ze er het geld en / of de kennis niet toe hebben. Zoiets wordt mooi omschreven als de digitale kloof.
Is het niet interessant die laatste problematiek wat meer aandacht te schenken, kwestie van toch ook wel aan maatschappelijk verantwoord ondernemen te doen?
Het is allemaal heel leuk om apps te maken en het zoveelste online sociale netwerk op te richten met de ambitie om overgekocht te worden door Facebook of LinkedIn.
Maar zijn die netwerken wel echt sociaal? Ik bedoel, laten ze er iedereen in de maatschappij mee in participeren?
Velen zullen zeggen dat dit niet de taak is van ondernemers as such, maar ik heb ooit gelezen dat de vrije markt, het speelveld waarin de ondernemers zich bevinden, voor welvaart zorgt voor elk individu. En er hangt ook een leuk voordeel aan vast voor de ICT start-ups: hoe meer mensen mee zijn, hoe groter de potentiële afzetmarkt, om even in hun termen te redeneren.
Een wild idee: start-ups die de wereld verbeteren
Ondernemerschap en de wereld verbeteren lijkt moeilijk verzoenbaar, maar het kan. Denk maar aan het concept “corporate social responsibility”. Die richting kunnen start-ups ook uitgaan, of dat aspect kunnen start-ups ook incorporeren.
Start-ups zijn meestal ICT start-ups. Voor ICT start-ups is er wat engineering nodig, net zoals dat het geval was voor veel innovaties in de wereld, zoals de smartphone, de pc en vroeger de auto, de telefoon of waarschijnlijk ook de bierbak. Of om pc’s sneller, kleiner, mooier en scherper van beeld te maken.
Als die engineering, al die jeugdige creativiteit en dat jonge enthousiasme nu eens gebruikt wordt om uiteindelijk stelselmatig windmolens zoals in de Thorntonbank in de Noordzee meer stroom te laten produceren, om zonnepanelen meer elektriciteit te laten opwekken, om auto’s nog minder te laten verbruiken of op andere brandstof te laten rijden, om batterijen van elektrische wagens nog véél langer te laten meegaan of om de zonne-energie die geproduceerd kan worden in de talloze woestijnen op deze aardkluit eerlijk te verdelen over de andere plekken van deze aardkluit, zou dat niet schoon zijn?
Of zoals ze in Gent zeggen: “vree wijs”?
En de overheid kan zeker een stimulerende rol spelen hierin, ook in de gelijke toegang. Want in se zou iedereen die wil ondernemen, toch moeten kunnen ondernemen? Net als iedereen die wil werken, de kans zou moeten krijgen om te werken, en dat aan een degelijk en leefbaar loon.
Alles mooi samengevat: als het beginnen van start-ups voor iedereen mogelijk wordt en naast duurzame groei ook een maatschappelijk doel zou nastreven, daarin geruggesteund door de overheid, dat zou pas welvaart voor elk individu zijn.