Het complot tegen Pol Van Den Driessche

De zaak van zogezegd ongewenste intimiteiten door Pol Van Den Driessche, die door Humo aan het licht werd gebracht, berust eigenlijk allemaal op één groot complot. Laat ons anders even die samenzwering ontrafelen. Ontnuchterend is het wel, met uiteraard hemzelf als grootste slachtoffer.

Ok, Pol heeft misschien dingen gedaan die hij niet had bedoeld. Dat geeft hij ook zelf toe in zijn persbericht:”Tegelijk wil ik mij oprecht verontschuldigen tegenover vrouwen die mijn gedrag als grensoverschrijdend hebben ervaren” . Maar waarschijnlijk zijn dat wel eens dingen die iedereen kan overkomen. Als George Clooney, Cristiano Ronaldo of Robbie Williams een vrouw zouden aanraken, is dat waarschijnlijk geen probleem. Maar als Van Den Driessche zoiets doet, krijgt alles waarschijnlijk een andere connotatie. Dus je ziet het: de hardwerkende Vlaming is altijd de dupe en ligt altijd onder de knoet van de imperialistische Franstaligen.

Ok, Clooney, Ronaldo of Williams zijn misschien niet Franstalig, maar hun naam kan perfect in het Frans uitgesproken worden. Dus dat komt op hetzelfde neer.

En wat de vrouwelijke journalistes betreft: al die vrouwen hebben dat jaren geleden allemaal zelf uitgelokt, omdat ze toen al wisten dat Pol op een mooie dag kandidaat-burgemeester van Brugge ging zijn voor een partij die op een mooie dag een enorme bedreiging zou vormen voor het establishment. Alleen konden ze natuurlijk niet weten welk jaar dat ging zijn. Toen bleek dat het 2012 was, was het eindelijk tijd om in actie te schieten. Eindelijk, na al die jaren. En het doel was om de discussie in leven te houden zolang Van Den Driessche nummer 1 was in Brugge.

Plus: die vrouwen hebben waarschijnlijk allemaal één of andere link met Club Brugge. Al is het maar dat ze ooit iets blauws hebben gedragen in combinatie met iets zwarts. En ja, vanuit dat standpunt bekeken kan een burgemeester met Cercle-allooi uiteraard langs geen kanten. Onaanvaardbaar zou dat zijn! Maar waar is de democratie in dat geval? Die ligt op apengapen.

En wat meer is, die vrouwen zijn eigenlijk allemaal ook pionnen van het Belgisch koningshuis en de katholieke Kerk. Hoe verklaar je anders dat heel die zaak niet aan het licht kwam toen Pol bij de CD&V zat? Er moet gewoon een link zijn met kardinaal Danneels, kardinaal Leonard, de paus en waarschijnlijk ook met de Broeders van Liefde, al bestaat er over dat laatste veel minder zekerheid.

En als je echt nog dieper gaat graven, concludeer je staalhard dat al deze spelers in het verhaal tevens aangestuurd worden door aliens afkomstig uit een planeet die wij nog niet kennen, en als het van de NASA en het Belgisch establishment afhangt, ook nooit zullen kennen.

Hopelijk brengt dit alles wat meer klaarheid in verband met de  ”aanhoudende en georkestreerde aanvallen” op de persoon Pol Van Den Driessche. Maar ik twijfel er geen seconde aan dat bovenstaande tekst dat doet.

1 reactie

Opgeslagen onder Gezever, Politiek

Een Franstalig stadsplan voor iedereen!

Een schande is het. Voor het eerst sinds lang ben ik echt over iets ten gronde verbouwereerd. Geshockeerd zelfs. Ik kan het moeilijk onder woorden brengen, dus heb ik er maar iets rond geschreven. Ik ben werkelijk ge-de-gou-teerd. Amai nog geen klein beetje.

Ik las deze avond, na weer een lange en vermoeiende werkdag, op Facebook dat vele van mijn vrienden een Franstalig stadsplan van Gent hebben gekregen. Dat bleek een stunt te zijn van Edmond Cocquyt. Maar wat bleek? Dat stadsplan is enkel rondgedeeld in een bepaald gebied. Alleszins niet in Gentbrugge of omgeving. Voor de zekerheid ben ik nog eens gaan kijken in mijn brievenbus. Maar nee, niks, noppes. Ik dacht dan dat het een vergissing was van de postbode, maar na navraag in de buurt bleken zijn ook niks te hebben gekregen.

Ik vind dat schandalig. Dit is je reinste discriminatie!

Alsof mensen uit deze regio geen recht hebben om te weten welke straten er allemaal zijn in Gent. En hoe dat klinkt in het Frans. Want ik ben ook geïnteresseerd in hoe de straten er in Gent in het Frans uitzien. Ik ben namelijk een mens met een brede culturele interesse ziet u. En wie veel talen spreekt, komt nu eenmaal in het leven veel verder. Dat bewijzen alle West-Vlamingen die hier in Gent wonen.

Ik spreek hier enkel in mijn eigen naam, laat dat duidelijk zijn. Maar had ik zo weinig tijd niet gehad, dan ging ik hier heel Gentbrugge rond met een petitie met als eis: een Franstalig stadsplan in onze brievenbus. En ook Ledeberg. En wees maar gerust dat ik er de ganse postcode 9040 bijneem als blijkt dat ook zij niks hebben gekregen. En alle andere buurten van postcode 9000 die niks hebben gekregen. Ik ben 100% zeker dat ik een hele groep mensen kan vinden die mijn verbouwereerdheid delen. En dan zou je eens wat gezien hebben. Maar ja, zoals ik al zei: ik heb er helaas geen tijd voor.

Daarom kruip ik in mijn pen. Ik laat er zelfs mijn wekelijkse afspraak met Grey’s Anatomy voor liggen.

Anyway, het moet gaan gedaan zijn met die arrogantie, dat bepaalde buurten beter zijn dan andere.

En nee, met een digitale scan komt Edmond er niet vanaf. Een mooi, papieren, tastbaar Franstalig Gents stadsplan in alle brievenbussen.

Of denkt u dat wij allemaal verzuurde burgers zijn die verzuurde lezersbrieven sturen of reacties posten op hln.be, misschien?

Gegroet,

Een mondige burger die opkomt voor zijn rechten.

2 reacties

Opgeslagen onder Gent

Mélenchon

Binnenkort zijn het presidentsverkiezingen in Frankrijk. Naar alle waarschijnlijkheid wordt het een tweestrijd tussen huidig president Sarkozy en François Hollande, de kandidaat van de PS. Persoonlijk hoop ik dat Hollande het haalt. Maar hoewel ik de hele heisa rond wie de bewoner va het Elysée wordt slechts van op een afstandje volg, is me de laatste weken toch één iemand specifiek opgevallen: Jean-Luc Mélenchon. 

Ik ben geen 100% aanhanger van Mélenchon, laat dat duidelijk zijn. Volledige nationalisering van “de banken”, dat zie ik in de huidige internationale context niet gebeuren. En er zijn nog verschilpunten. Maar los daarvan: links in Vlaanderen kan er nog van leren… 

Mélenchon in Frankrijk

Mélenchon in het kort

Mélenchon wordt nu beschouwd als extreem-links, maar was vroeger lid van de PS, de partij van Hollande. Hij was zelfs minister voor de partij van 2000 tot 2002. Maar in 2008 trok hij er de deur achter zich terug en richtte het Front de Gauche op, waarmee hij in 2009 deelnam aan de Europese verkiezingen en verkozen raakte. En nu neemt hij als kandidaat van het Front de Gauche deel aan de presidentsverkiezingen.

Even een aantal van zijn ideeën in het kort: directe democratie door middel van referenda over “cruciale zaken”, nationalisering van de banken, een milieuplanning en een exit uit de NAVO. Daarnaast heeft hij ook een fundamentele kritiek op de EU, die hij een te liberale koers verwijt geleid door technocraten zonder democratisch draagvlak. Voor meer ideeën, klik hier.

De race naar het presidentschap

De race naar het presidentschap is iets dat Mélenchon niet gaat winnen. Daar kunnen we duidelijk in zijn. Maar hij kan er een enorm grote invloed op hebben. Meer zelfs: hij kan Hollande mee in het zadel helpen. Clémentine Autain, zijn woordvoerster, zei het onlangs zelf op de Franse radio: “Wij willen Sarkozy verslaan, en zullen de leidende linkse kandidaat verder steunen” (bron).

Dat Mélenchon eerder uit de PS is gestapt uit onvrede met de koers van de partij is een feit. Maar door zich buiten de partij te stellen en een eigen koers te varen, kan hij wel meer druk uitoefenen op een mogelijk beleid van Hollande. Zeker als het waar is wat ik in The Economist las: “His voters are the very ones who might otherwise have abstained at this election”. Anders gezegd: eerst vist hij een aantal misnoegden op die anders niet waren gaan stemmen, en dan sluist hij ze in de tweede ronde door naar François Hollande.

Mélenchon in… Vlaanderen

Vliegenvangers

Hebben we in Vlaanderen iemand als Jean-Luc Mélenchon? Nee. Kunnen we zo iemand gebruiken? Ja.

Want links in Vlaanderen probeert elkaar vliegen af te pakken heb ik de indruk gedurende de laatste jaren. Eerst was er Erik De Bruyn die een eigen koers ging varen, los van de sp.a. Je zou dan verwachten dat er eventueel een samenwerking komt met de PVDA+ van Peter Mertens, maar nee: beide partijtjes komen in Antwerpen apart op in 2012.

En gesproken over Antwerpen: daar heeft links vooral kritiek op Patrick Janssens, burgemeester voor nota bene de sp.a. “Janssens is geen socialist”, “niet links genoeg”, et cetera, et cetera. Je kan soms kritiek uiten op beslisingen van Janssens en ik ken de historiek ook wel een beetje van Rood! versus de sp.a daar, maar ik heb de indruk dat de kritiek vooral eenzijdig is. Ik hoor of lees geen kritiek van dingen die OpenVLD daar doet, of de stem die De Wever soms laat horen over Antwerpen. En wie wordt er in dat geval uitgerekend beter van? De N-VA en Bart De Wever. Ik heb het vorig jaar al gezegd.

En onlangs hadden we ook nog de confrontatie tussen Peter Mertens en Bruno Tobback, die elkaar quasi in de haren vlogen. Wie trouwens het boek van Peter Mertens leest, zal het eens zijn: het is een goed boek vol spijkers die met koppen geslagen worden. In de alternatieven die ik lees, zit zeker en vast muziek. Maar hoor je Mertens in publiek spreken, dan zit daar altijd wel een sneer in naar die andere socialistische variant van de sp.a en naar Bruno Tobback, zoals onlangs op zijn boekvoorstelling in Gent. Het is zoeken naar een goed woord voor hen, laat staan een compliment over een realisatie. De PVDA+ ziet zichzelf wel in een rol als Mélenchon, maar is er naar mijn mening nog ver van verwijderd.

Een “Mélenchonke doen”: rechts aanvallen als het kan, links steunen als het moet

Ok, Mélenchon zal ook wel kritiek uiten op Hollande, maar zijn hoofddoel is en blijft wegen op het beleid en dat naar links trekken. Dat moet in Vlaanderen ook.

Links kan hier samenwerken in kartels, zoals het kartel tussen sp.a en groen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. Maar dat is eerder uitzondering dan regel, want gelijkaardige kartels in andere steden zijn afgesprongen. In Sint-Niklaas komen drie vermeende kartelpartners, sp.a, groen en SOS12, nu zelfs apart op. Feit is dus dat Vlaanderen nog niet klaar is voor linkse kartels op grote schaal.

Maar hoeft dat wel per se? Waarom kan links niet gewoon complementair zijn, à la Mélenchon?

Ter herinnering: het Front de Gauche wil ” Sarkozy verslaan, en de leidende linkse kandidaat verder steunen”. Ik zie daar het woordje “steun” in staan. Eigenlijk is het woordje uit de originele quote in The Economist “vote”, maar voor iemand stemmen is toch ook een vorm van steun, toch? En wat meer is: het hoofddoel van het Front de Gauche is rechts verslaan, niet de PS kiezers afsnoepen.

Als de andere socialistiche partijen echt de Mélenchon van Vlaanderen willen zijn, dat ze dan beginnen met grotendeels samen te werken, te beginnen met een samenwerking tussen PVDA+ en Rood!, tussen Peter Mertens aan  de ene kant en Erik De Bruyn aan de andere kant.

In een volgende stap: de misnoegde kiezers terugbrengen naar links.

Even ter herinnering: Mélénchon probeert naast rechts aan te vallen, ook een hoopje kiezers achter zich te scharen dat anders niet zou zijn gaan stemmen.

In België is er wel stemplicht, maar zijn er ook blanco-stemmers en proteststemmers. Onder de proteststemmers reken ik ook N-VA stemmers, want zoals ik vroeger al heb gezegd: mensen denken niet per se in termen van links of rechts, ze willen gewoon een alternatief voor wie nu aan de macht is.

Links kan zo’n alternatief zijn. Het zou me verbazen moesten groen, PVDA+ en Rood! niet beseffen dat zowel sp.a als de PS in de rechtse tang zitten van respectievelijk OpenVLD in de regering en N-VA in de oppositie langs Vlaamse kant, en de MR en het FDF langs Franstalige kant. Ik zou veel liever zien dat de linkse oppositiepartijen rechts aanvallen, en diens maskers laten vallen, anders dan te zeggen dat de sp.a niet links genoeg is en hen kiezers proberen afpakken. Want met dat laatste zal er nooit een links beleid komen, eerder een rechts.

Een linkser beleid kan alleen als er weer stemmen afgesnoept worden van rechts. Als rechts verliest. En dat is in Vlaanderen de laatste jaren zeker niet het geval, integendeel.

Rechts aanvallen impliceert ook links steunen, althans in de meerderheid van de gevallen. In plaats van bijvoorbeeld oplossingen die al zijn voorgesteld te herhalen en met de eer te willen gaan lopen (zoals een gewezen jongerenvoorzitter onlangs), kunnen goede beleidsbeslissingen ondersteund worden. Oppositie voeren moet natuurlijk, maar de linkse partijen in de oppositie kunnen bijvoorbeeld zeggen “dit is goed, maar het is jammer dat dat er niet bij is” of: “Deze regering heeft een aantal goeie maatregelen, maar het is jammer dat er niet meer sociale stemmen zijn, anders had er dat of dat kunnen gerealiseerd worden”.

Dit klinkt wat vaag, ik weet het. Daarom geef ik drie concrete voorbeelden:

1. Rechts aanvallen, nationaal: Gevolgen van langer werken voor iedereen: bouwvakkers moeten langer zwaar werk doen, verpleegsters moeten langer dat zwaar onderschatte werk doen, en: jongeren vinden misschien moeilijker vast werk, of goed werk. Of gevolgen van het zogenaamde “Duitse model”, dat voor Quickie en de N-VA als voorbeeld dient: meer armoede, loondumping, een lagere zekerheid op vast werk, vertekende werkloosheidsstatistieken, etc.

2. Links steunen, nationaal: de bevriezing van de energieprijzen is een goed initiatief. Maar wat kunnen de energieleveranciers doen om het eventueel te omzeilen? Hoe kan de burger zich hiertegen wapenen? Welke instrumenten kunnen de bevoegde – linkse – ministers hanteren om dat eventuele omzeilen te minimaliseren?

3 reacties

Opgeslagen onder Internationaal, Politiek

Start-ups… Voor iedereen?

Freelancers, start-ups, entrepreneurship,… allemaal leuke termen die lekker in de mond liggen.

Concreet gaat het gewoon over het stimuleren van ondernemerschap en roept het mensen met een goed idee op om zich daar zoveel mogelijk in te ontplooien door een eigen zaak te starten. Als je dan nog een beetje eigenzinnig bent en niet graag de bemoeienis hebt van een baas, ben je helemaal geschikt.

Ik vind zeker en vast dat mensen de dingen moeten kunnen doen die ze willen doen, en ik besef zeker en vast dat ondernemerschap nodig is. Want creativiteit, zowel in ondernemingszin als artistiek, zorgt voor vooruitgang waar normaliter iedereen beter zou moeten van worden. 

Maar toch heb ik er enkele bedenkingen bij. Want niet iedereen heeft de kans voor ondernemerschap, laat staan dat iedereen in de maatschappij mee is met de trends die deze start-ups stimuleren…

Inspiratie voor deze blogpost:  een opiniestuk in De Morgen van Guillaume Van der Stighelen en de GentM avond van 27 maart over de opening van de Start Up Garage van het IBBT.

Wat is dat, een start-up? 

Ik zou hier al aan een blogpost beginnen schrijven over start-up bedrijven zonder uit te leggen wat dat nu eigenlijk is. Gelukkig bestaat er zoiets als Wikipedia, en Bart De Waele, een “wijze” Gentse ondernemer, die daar een zeer duidelijke blogpost over heeft geschreven, en dat gebruik ik ook als bron voor dit korte stukje.

Concreet komt het hierop neer: “een start-up is een tijdelijke organisatie op zoek naar een schaalbaar en herhaalbaar business model.”

Het gaat dan over zoektocht  uit drie delen: idee > business > bedrijf. Alles start met een creatief idee, vanuit een expertise of visie, dat via de opstart van een business, verkopen aan zo veel mogelijk klanten die bereid zijn voor dat idee meer te betalen dan dat het kost om te produceren, uit zou moeten monden in een bedrijf, om ervoor te zorgen dat het idee blijft verkopen, zelfs al is de starter ondertussen al uit het bedrijf gestapt (om bijvoorbeeld te gaan rentenieren of naar het bejaardentehuis wordt gerold).

Start-up en freelance: iedereen gelijke kansen?

Het pleidooi van Van der Stighelen, dat hij lanceerde op 3 maart in De Morgen, vóór de opstart van een eigen zaak heeft wel een zeker charme. En in een ideale wereld gaat zijn zinnetje “Als er een oplossing komt (voor de economische crisis en de stijgende onzekerheid waarin we nu leven, nvdr) ga je die zelf moeten creëren.” echt wel op. Maar in die ideale wereld leven we bijlange niet.

Tegenwoordig zijn er talloze initiatieven om de opstart van een start-up en een carrière als freelancer talloze keren eenvoudiger te maken door middel van logistieke en consultancy ondersteuning. Zo verschijnen er her en der co-working spaces in de steden, ook in België. In Gent heb je bijvoorbeeld Bar Buro.

Daarnaast is er in Gent ook de Start-Up Garage van het IBBT, waar Gent M op 27 maart 2012 nog een avond rond deed, niet toevallig tijdens de officiële opening ervan. Bedoeling is dat er daar massa’s studenten binnen sijpelen die een eigen zaak opstarten of in een start-up gaan werken, bij voorkeur in de richting van ICT, en dat er kennis en ervaringen worden uitgewisseld. En dat allemaal in een ruimte die 7 dagen op 7 open is, 24 uur op 24. De ambities zijn er alvast: het aantal ict-studenten dat een eigen bedrijf start of in start-up aan de slag gaat optrekken naar 50%.

Versta me niet verkeerd, ik vind dat zeker goeie initiatieven.

Zelf heb ik  geen ervaring met de start-up of het runnen van een eigen zaak en veel mensen in die richting ken ik niet. Maar als economisch denkende mens neem ik aan dat er voor een start-up startkapitaal nodig is. Studenten start-ups lijken me dan ook ideaal voor mensen met een goede financiële basis (ouders, schoonouders etc).

Maar what about the rest? Niet iedereen heeft de financiële middelen voor een start-up, en kan dus eventueel de dingen doen die hij of zij wil doen. Zelfs al heeft hij of zij eerst een paar jaar gewerkt. Want geef toe, startlonen kunnen misschien genoeg zijn om van te leven bij hoger opgeleiden (er dan van uit gaande dat ze meteen aan een job geraken), maar als je voor je begon te werken al niet voldoende startkapitaal had om een zaak te starten, dan heb je dat na die paar jaar werken waarschijnlijk ook niet.

Voldoende startkapitaal is een obstakel dat door Van der Stighelen in zijn voor de rest zeer interessant opiniestuk naar mijn gevoel een beetje over het hoofd werd gezien. En dat is jammer…

Startende ondernemers kunnen zich proberen wenden tot de bank voor een lening, maar vraag is of banken ideeën zonder concreet business plan gaan steunen. Want als jeéén van de sprekers op de  Gent M avond van 27 maart mag geloven, beginnen start-ups eerder met een creatief idee dan met een business plan. Ik weet niet of banken daarmee tevreden zijn.

Langs de andere kant zouden banken beter hun geld hebben gestoken in wilde ideetjes van start-ups dan in de dingen waar ze hun geld in hebben gestoken de jaren voor de financiële crisis van 2008. Maar dat is een andere discussie.

In België zijn er voor startende ondernemingen wel een aantal subsidies van overheidswege, maar echt stimulerend voor  minder kapitaalkrachtige young potential entrepreneurs die gaan afstuderen of net afgestudeerd zijn, vind ik daar niet.

Neem nu de federale overheid: daar moet je dus eerst volledig uitkeringsgerechtigd werkloos zijn om recht te hebben op een startlening, of leefloontrekker zijn om recht te hebben op een solidaire lening. Bij dat eerste, de startlening, is er wel een eigen inbreng van minimaal 25% vereist. Dat is niet niks: 1/4 van €30.000, kan je dat als student van bijvoorbeeld arbeidersouders zomaar op tafel leggen?

De federale overheid voorziet ook een aantal fiscale gunstmaatregelen. Maar die zijn allemaal gerelateerd aan investeringen, en om te kunnen investeren moet je geld hebben.

Heb je het geluk een banklening te krijgen, dan is er de Vlaamse overheid Vlaamse die tot 75% van de lening kan waarborgen. Maar dan moet je er dus wel eerst nog één krijgen.

Met andere woorden: wordt er wel voldoende gedaan om iedereen financieel toe te laten een eigen start-up op te starten? Houden of kunnen initiatieven als IBBT, de Start-Up Garage, Gent M etc hier rekening mee houden en aandacht aan schenken? Of is ondernemen alleen voor de happy few?

Een idee: start-ups voor sociale doeleinden

Wat met de digitale kloof?

Wat meer is, die eigen business situeert zich tegenwoordig, tenzij ik me vergis, meer en meer in de richting van social media, apps, ICT development, webdesign, cross-media & multimedia marketing et cetera. Het is een feit dat de digitale media een steeds belangrijker plaats innemen in onze maatschappij: zaken als online shopping, smartphones, apps, sociale media als facebook en Twitter kan je tegenwoordig niet meer wegdenken.

En waarop zijn alle bovengenoemde activiteiten gebaseerd allemaal? Op internet.

Internet hebben kost geld, net als de hardware om van het internet te kunnen genieten: pc’s en laptops. Het is een feit dat niet iedereen met die “trend” mee is, simpelweg omdat ze er het geld en / of de kennis niet toe hebben. Zoiets wordt mooi omschreven als de digitale kloof.

Is het niet interessant die laatste problematiek wat meer aandacht te schenken, kwestie van toch ook wel aan maatschappelijk verantwoord ondernemen te doen?

Het is allemaal heel leuk om apps te maken en het zoveelste online sociale netwerk op te richten met de ambitie om overgekocht te worden door Facebook of LinkedIn.

Maar zijn die netwerken wel echt sociaal? Ik bedoel, laten ze er iedereen in de maatschappij mee in participeren? 

Velen zullen zeggen dat dit niet de taak is van ondernemers as such, maar ik heb ooit gelezen dat de vrije markt, het speelveld waarin de ondernemers zich bevinden, voor welvaart zorgt voor elk individu. En er hangt ook een leuk voordeel aan vast voor de ICT start-ups: hoe meer mensen mee zijn, hoe groter de potentiële afzetmarkt, om even in hun termen te redeneren.

Een wild idee: start-ups die de wereld verbeteren

Ondernemerschap en de wereld verbeteren lijkt moeilijk verzoenbaar, maar het kan. Denk maar aan het concept “corporate social responsibility”. Die richting kunnen start-ups ook uitgaan, of dat aspect kunnen start-ups ook incorporeren.

Start-ups zijn meestal ICT start-ups. Voor ICT start-ups is er wat engineering nodig, net zoals dat het geval was voor veel innovaties in de wereld, zoals de smartphone, de pc en vroeger de auto, de telefoon of waarschijnlijk ook de bierbak. Of om pc’s sneller, kleiner, mooier en scherper van beeld te maken.

Als die engineering, al die jeugdige creativiteit en dat jonge enthousiasme nu eens gebruikt wordt om uiteindelijk stelselmatig windmolens zoals in de Thorntonbank in de Noordzee meer stroom te laten produceren, om zonnepanelen meer elektriciteit te laten opwekken, om auto’s nog minder te laten verbruiken of op andere brandstof te laten rijden, om batterijen van elektrische wagens nog véél langer te laten meegaan of om de zonne-energie die geproduceerd kan worden in de talloze woestijnen op deze aardkluit eerlijk te verdelen over de andere plekken van deze aardkluit, zou dat niet schoon zijn?

Of zoals ze in Gent zeggen: “vree wijs”? :-)

En de overheid kan zeker een stimulerende rol spelen hierin, ook in de gelijke toegang. Want in se zou iedereen die wil ondernemen, toch moeten kunnen ondernemen? Net als iedereen die wil werken, de kans zou moeten krijgen om te werken, en dat aan een degelijk en leefbaar loon.

Alles mooi samengevat: als het beginnen van start-ups voor iedereen mogelijk wordt en naast duurzame groei ook een maatschappelijk doel zou nastreven, daarin geruggesteund door de overheid, dat zou pas welvaart voor elk individu zijn.

2 reacties

Opgeslagen onder Economie, Gent, Standpunten

Langer werken?

Vorige week viel me een tweet op van Bart De Waele van Netlash: “Weet je wat super zou zijn? Als we #30j zouden aangrijpen om *samen* tot resultaten en oplossingen te komen. Zonder zagen. #nieneuten“. Eigenlijk een zeer goed punt, want de laatste dagen is er al zoveel pro en contra de staking van 30 januari geschreven dat een mens het op de duur beu wordt en verlangt naar 1 februari. Anyway, om tot resultaten en oplossingen te komen, moeten mensen naar elkaar luisteren. Vandaar mijn aanzet… Hoeven we wel langer te werken?

Ik baseer me inhoudelijk op de paragraaf “Labour, work and the time squeeze” uit het boek “The Precariat” van Guy Standing…

Wat is dat, “werk”?

Gaan werken staat bij ons gelijk aan brood verdienen, tenminste voor wie werk heeft. De oude Grieken zagen het anders: wat “werk” betreft maakten ze een onderscheid tussen:

  • Praxis: werk met een zekere waarde, “caring for others” (familie, vrienden, opvoeding kinderen)
  • Philia: werk met het doel om vriendschappen te bouwen
  • Schole: werk met ten eerste een ontspannend, maar tegelijkertijd ook een educatief doel, draaiende rond het leven in de gemeenschap
  • Aergia: Aristoteles op zijn beurt vond dat de mens in zijn vrije tijd ook een gezonde dosis luiheid nodig had.
  • Daarnaast had je ook het werk zoals wij het nu kennen, in de economisch productieve zin van het woord, en wat de Engelse “labour” noemen

Werk had bij hen dus een zekere inhoud (“what”), en bracht een zeker waarde voor het individu en de gemeenschap.

Nu, die aspecten buiten de klassieke definitie van werk kennen wij ook, als “vrije tijd”. In se niks nieuws onder de zon dus. Ware het niet dat die vrije tijd bij ons meer en meer geïndividualiseerd wordt, en zich de laatste jaren ook steeds vaker aan een pc afspeelt. Plus de vraag is of je het opvoeden van kinderen wel als 100% vrije tijd kan beschouwen… Maar op dit alles kom ik later nog op terug.

In elk geval, de laatste 200 jaar wordt werk meer en meer in productieve zin gebruikt: labour. De nadruk lag hem niet meer op de inhoud of op de waarde van de uitvoerder, maar voor wie (“for whom”) het werd uitgevoerd. Meer en meer werd labour verheerlijkt, en alles wat geen productieve waarde had voor de economie werd genegeerd. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Want labour wordt beschouwd als de basis van ons hedendaags en toekomstig sociaal model.

Langer werken? Nee, want we werken al langer!

Ook het labour-concept is uitgebreid de laatste jaren, en dat maakt dat mensen vandaag de dag eigenlijk al “langer werken”, binnen eenzelfde werkdag dan. Er wordt immers vandaag de dag steeds meer van mensen gevraagd en vereist buiten gewoon wat “uren kloppen op de werkvloer”, en dan laten we overuren en “effe wat dingetjes op de trein of ‘s avonds thuis bekijken” even buiten beschouwing.

Mensen moeten bijvoorbeeld steeds meer aan steeds meer voorwaarden voldoen: werk zoeken, geld beheren of toegang hebben tot het internet en er overweg mee kunnen. Alle handelingen om dat alles onder de knie te krijgen, kan je ook steeds meer als “werk” beschouwen. In die context blijft er nog maar weinig tijd over voor de andere (Griekse) aspecten van “werk”, zoals hierboven beschreven. De tijdsdruk is daar immers veel te groot voor!

Je kan de volgende extra aspecten aan  de notie “labour” toevoegen (G.Standing, The Precariat, p.121 e.v.):

  • Constante opleiding
  • Tertiary skills: randaspecten van een job zoals body language, attitude & uitstraling, zoeken naar een job en alles wat daarbij komt kijken etc.
  • Work for reproduction: je eigen leven organiseren zoals je financies beheren, intensiever “werk” tijdens het consumeren etc.
  • Connectivity: toegang hebben tot en kennis hebben van het internet

Dingen veranderen: kennis en technieken blijven niet eeuwig dezelfde. Daarom is er constant training nodig. Dat vergt ook een stuk van een mens. Je hebt opleidingen binnen de werkuren, maar steeds meer en meer mensen volgen opleidingen buiten de werkuren. Je krijgt er dan wel educatief verlof voor in België (zo’n 10 extra dagen), maar je wordt tijdens die dagen minder betaald dan een gewone werkdag.

Daarnaast zijn er de tertiaire aspecten aan een job: body language, emotionele intelligentie, een verplicht positieve werkattitude, minzaam knikken, mooi zijn, “commerciële flair” hebben, “representatief uiterlijk”, representatief gekleed gaan, formele gedragingen in bepaalde situaties etc.

Voor mensen die geen (vaste) job hebben, komt daar nog eens al het werk bij dat ze doen om een andere job te vinden: sollicitaties, bezoeken aan  de Werkwinkel, het volgen van eventuele opleidingen om hen om te scholen, eventuele sollicitatietraining te volgen, hun CV te herschrijven etc. Dat kan je toch bezwaarlijk vrije tijd noemen?

Mensen moeten ook steeds beter hun eigen leven georganiseerd zien te krijgen, zoals het beheren van hun financies. Dat dat niet altijd evident is, bewijzen de krantenartikels over het stijgend altijd mensen dat hun basisbehoeften niet meer kunnen betalen en op een zwarte lijst belanden. Anderen kunnen dat dan weer perfect managen omdat ze toegang hebben tot  professioneel advies. Om nog te zwijgen van wettelijk advies. Ooit gehoord van een Matteüseffect?

Daarnaast is consumeren ook veranderd. We moeten daar meer zelf doen: zelf prijzen vergelijken, zelf informatie opzoeken, zelf een reis boeken, zelf de producten scannen in de supemarkt etc. We worden dan ook nog eens wekelijks gebombardeerd met foldertjes van talloze supermarkten en elektro-winkels of direct mailings, zeker in soldentijd. De tijd waar de kruidenier alles in onze plaats wist, is voorbij. En sinds een paar jaar heb je dan ook nog eens e-commerce. Dit “nieuwe consumeren” vraagt ook een extra set van skills aan de mensen, en skills verwerven vraagt tijd, zogezegde vrije tijd.

Anno 2012 zitten we ook met de digitale media die mensen onder de knie moeten krijgen, willen ze mee zijn. Je kan internet beschouwen als “spelen”, maar het vergt ook een serieuze set skills zonder dat we het beseffen. Feit is dat naar een scherm staren inspanning vergt en vermoeiend is voor de ogen en tevens zal niet iedereen er al even goed mee overweg kunnen. Plus internetverslaving is een sluipend iets dat steeds meer mensen in zijn greep houdt.

Vandaag wordt ook een ander aspect van werk steeds belangrijker en tijdrovender: de “praxis”, zoals de oude Grieken het noemden, en dan vooral de opvoeding van de kinderen. Er zijn misschien minder kinderen dan vroeger per gezin, maar er zijn steeds minder gezinnen waar beide ouders nog samen zijn. Met andere woorden: er zijn meer en meer alleenstaande ouders. Maar het opvoedingswerk, dat blijft natuurlijk hetzelfde, net als de uitgaven voor eten en kleren. Waar vroeger bijna altijd door twee mensen werd gedragen, wordt nu meer en meer door telkens één persoon gedragen.

Langer werken? Ja, maar dan anders werken!

Als we verder kijken dan het labour-aspect van werk en de tijd en de kans geven aan de andere aspecten van werk, in de definitie uit de eerste paragraaf, om zich maatschappelijk te ontplooien dan moeten we inderdaad als samenleving “langer werken”, niet als individu die tot z’n 67 in de productieve zin van het woord “werk” langer gaat werken.

Of laat het me anders stellen: “meer werken in een bredere zin van het woord“.

Labour en jobs zijn uiteraard nodig, maar het moet gedaan zijn met mensen die geen job (meer) hebben te beschouwen als lui en hen zomaar dwaze (tijdelijke) jobs aan te bieden aan een laag loon om de werkloosheidsstatistieken op te smukken, zoals in Duitsland. Werk is meer dan jobs alleen.

Of je kan het aspect “job” aanpassen naar de bredere zin van werken. Laat me er nog even het overzichtje van hierboven bijhalen om mijn punt te staven:

  • Praxis: werk met een zekere waarde, “caring for others” (familie, vrienden, opvoeding kinderen)
  • Philia: werk met het doel om vriendschappen te bouwen
  • Schole: werk met ten eerste een ontspannend, maar tegelijkertijd ook een educatief doel, draaiende rond het leven in de gemeenschap
  • Aergia: Aristoteles op zijn beurt vond dat de mens in zijn vrije tijd ook een gezonde dosis luiheid nodig had.

Praxis, en dan bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen, kan uitgevoerd worden door meer kinderopvang en na-schoolse opvang. Daar zijn meer mensen voor nodig. Wie dat gaat betalen? De overheid. Met extra arbeidsplaatsen? Niet per se. Want waarom geen werkloze moeders of vaders – lichtjes verplicht – inschakelen als extra kinderopvang in crèches of naschoolse opvang? En dat kunnen mensen zijn van alle leeftijden. Want die hebben tenslotte ervaring met de opvoeding van kinderen. Ze zullen je dankbaar zijn, want mensen hebben werk nodig om hun identiteit te ontplooien: zonder werk voelen mensen zich doorgaans slecht.

Philia is een mooi wapen in de strijd tegen vereenzaming. Geef mensen binnen een werkorganisatie de kans om elkaar beter te leren kennen en stimuleer teambuilding. Dat gebeurt al in veel bedrijven, maar het kan uitgebreid worden met regelmatige lunches, borrels (naar Nederlands en Brits voorbeeld) of gewoon kerst-, nieuwjaars- of Sinterklaasfeestjes. En op z’n feestjes zijn altijd wel helpende handen nodig. Dat kunnen dan ouderen of werkzoekenden doen, die op die manier contacten kunnen leggen.

Schole, de educatie die tegelijkertijd een ontspannend effect heeft. Mensen zouden quasi verplicht moeten worden hier tijd voor vrij te maken. En andere mensen zouden quasi verplicht moeten worden om anderen hier tijd voor te laten vrijmaken. En niet-werkenden zouden gestimuleerd – zo niet verplicht – moeten worden zich hieraan te wijden. Ik doel dan vooral op vrijwilligerswerk: werk met een maatschappelijke sociale waarde, zoals bijvoorbeeld voedselbedeling, ouderenzorg, ziekenzorg, etc. Wordt het niks als “werk”, dan kan het nog een mooie aanvullende alternatieve straf zijn voor fiscale fraudeurs.

Maar ook buurtwerking kan je hierin betrekken: dat smeedt tevens een mooie band tussen bewoners in een bepaalde stad of gemeente. En vermits we dan toch in een multiculturele maatschappij leven: waarom niet stimuleren om elkaars gemeenschap te gaan bezoeken, en elkaar persoonlijk en cultureel te leren kennen? Goed om contacten te leggen, reistips te vergaren, nieuwe gastronomische dingen te leren kennen en misschien wel een job te vinden?

Werk met productieve waarde moet blijven bestaan, maar er moet in het werkleven ook plaats zijn voor werk met sociale waarde, dat een meerwaarde geeft aan elk individu in de maatschappij. Reken maar dat mensen dan minder aan aergia zullen doen…

En om af te sluiten heb ik nog twee mooie grafiekjes voor u (bron: WSJ Graphics). Om langer te werken in de labour-zin van het woord, moet je eerst mogen beginnen werken en ook in staat zijn op een betaalbare manier de opleidingen te volgen om die jobs te kunnen doen. Iets om over na te denken:

         

(Klik erop om ze te vergroten; Links: de werkloosheid in Spanje & rechts: de evolutie van de tuition fees in Amerika)

5 reacties

Opgeslagen onder Economie, Politiek, Standpunten, Werk

2033

Gelukkig nieuwjaar iedereen!

Nuja, het is misschien nog wat laat om nieuwjaar te wensen. We zijn tenslotte al een paar weken ver in 2033.  Op persoonlijk gebied hoop ik dat het met mij even goed gaat dan de laatste jaren.

Het is nog altijd leuk vertoeven in Gent: de mensen zijn content. Vorige zondag nog naar de nieuwjaarsreceptie van de stad Gent geweest. Burgemeester Tapmaz speechte spitant als altijd en blikte terug op de eerste drie jaar van z’n legislatuur. Net als de 14.000 anderen hoopte hij dat 5 jaar na datum AA Gent nog eens kampioen mocht spelen in eerste klasse, al was een Europese finale zoals vorig jaar tegen Benfica ook goed. Verder keek hij uit naar de opening van het vernieuwde Dampoortstation, dat nu 5 sporen gaat tellen. Eindelijk is die buurt volwaardig vernieuwd. Ik kan me met moeite nog die gevaarlijke rotonde herinneren die 4 jaar geleden volledig werd geherstructureerd.

Ook in België is het nog leuk wonen. De werkloosheid staat weer op een recordlaagte. Dat komt ervan als je investeert in mensen die het vertrouwen waard zijn. Ik weet nog dat ze 16 jaar terug de werkloosheidsvergoedingen beperkten in de tijd: één jaar werkloos en je vloog “van den dop” zoals ze dat vroeger zeiden. We hebben er helaas wel twee terreurjaren van de  NouvelleCCC voor nodig gehad, maar 8 jaar terug hebben ze dat weer mooi recht getrokken. Nu moet minister van Werken Migratie Goeman zelfs weer mensen uit Griekenland gaan halen met de befaamde “Open gate” politiek, kwestie dat bijvoorbeeld de ziekenhuizen weer niet met een schandalig tekort aan verpleegsters komen te zitten.

Het zal de mensen hun vertrouwen in politiek, de bedrijfswereld en elkaar alleen nog maar vergroten, en dat bewees ook de Edelman Trust barometer 2032. Het lag ook wel na de jaren van terreur en wanbeleid die we een aantal jaren geleden hebben gehad, nationaal en ook in de wereld. En dan keerde het tij plots na de wapenstilstand tussen Iran en VS. Al kan de presidential switch er ook wel mee te maken hebben, met de eerste vrouwelijke Amerikaanse president. Ze doet dat niet slecht, “Chelsea energy”, en haar “LDOA policy” evenmin. Less dependancy on oil & atom, het heeft de wereld er massa’s veiliger op gemaakt.

Ik ga hier stilaan afronden, want ik heb nog wat werk voor de boeg. Die voorbereidingen voor de Euro-meeting van komende woensdag doen tenslotte zichzelf niet. Ik kijk er wel naar uit. Het zal trouwens nog maar de derde keer zijn sinds de voormalige Europese Unie is opgesplitst en dat Noord-Europa, samen met Oost-Europa en Zuid-Europa aan dezelfde tafel zit. Ik verwacht wel weer dat het oosten eruit stapt. Eerst zullen de extreem-rechtse regimes in Hongarije, Letland, Polen en Bulgarije moeten vallen vooraleer er met die regio deftig kan verder gepraat worden. Maar een hereniging van Noord en Zuid zit er wel in, zeker nu Spanje, Portugal en Italië economisch quasi op hetzelfde niveau staan als Frankrijk. De Spaanse en Italiaanse keuze om hun auto industrie volledig naar elektrische voertuigen te doen overschakelen 15 jaar geleden plus de oprichting van de Iberian Solar Power Cooperation omstreeks diezelfde periode was echt wel een schot in de roos. Het bracht die regio echt wel uit het dal.

Anyway, ik moet er nu zeker vandoor, want Nederlands oud-premier Roemer wacht. We moeten onze presentaties nog op elkaar afstemmen. En die Nederlanders, die zijn nog steeds vrij strikt en stipt.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Economie, Gent

Ontwaak

Donderdag 22 december is er een algemene staking in de openbare sector: geen treinen, geen bus, geen tram, geen openbare omroep, etc. etc. Opnieuw een actie van de vakbonden dus, die opnieuw op gemengde reacties wordt onthaald. 

In een vorige post heb ik al geprobeerd de vakbond aan te manen een andere manier van communiceren te gebruiken, want de vakbonden hebben een Conversation Manager nodig

Even wat losse gedachten op een rijtje.

Berusting bij de jongeren?

De aangekondigde vakbondsactie van komende donderdag lokte opnieuw reacties uit. Deze keer bijvoorbeeld via een open brief aan de staker door Koen Galle. Sympathieke mens en goeie dj herinner ik me uit mijn Nijdrop-verleden, maar wat ik in die open brief las heeft me toch ergens verbijsterd. Een quote:

Het is ondertussen duidelijk dat wij, de jonge generatie, niet te veel moeten dromen. We gaan lang werken, niet kunnen bouwen zoals onze ouders, onze lonen gaan niet stijgen, onze zekerheid nog minder. We groeien op in crisis. Ook onze favoriete vrijetijdsbestedingen lopen gevaar.

Dit maakte me even stil. Dus er bestaat een generatie jongeren die ervan uit gaat dat ze het slechter gaan hebben dan hun ouders?

Ziehier mijn antwoord:

Het hangt natuurlijk af van je afkomst, maar gemiddeld genomen wil ik – nee, eis ik – dat zonen en dochters uit de arbeidersklasse en lagere middenklasse erop vooruit gaan. 

Mensen die bijvoorbeeld willen kunnen studeren, moeten kunnen studeren en niet met een financiële last opgescheept zitten daardoor. Of willen we een maatschappij zoals in Engeland of Estland? Daar zitten jongeren met een schuld van tienduizenden euro’s nadat ze zijn afgestudeerd. En dan moeten ze in deze crisistijd nog een goeie job zien te vinden.

Mensen die alleen willen kunnen wonen, moeten alleen kunnen wonen. Daarom niet per se een open bebouwing neerpoten – gezien het gebrek aan bouwgronden zal dat sowieso moeilijk worden.

Mensen die een degelijke job willen hebben waar ze zichzelf kunnen ontplooien, moeten daar het recht toe hebben, met een loon dat genoeg is om van te leven en dat hen beloont voor verdiensten en added-value die ze door de jaren heen geven.

Ik betreur de passiviteit van boven geciteerde open brief.

En het gaat er niet beter op worden. Kinderpsychiater Peter Adriaenssens stelt het volgende (bron): “De recente bankencrisis heeft voor nog meer pessimisme gezorgd. Het lijkt wel of onze generatie er niet meer in gelooft en dat op een ongelukkige manier wil overbrengen op kwetsbare tieners tussen 14 en 16 jaar. Soms hou je het niet voor mogelijk waarover er aan de keukentafel wordt gesproken. Een eigen huis kopen later? Vergeet het manneke, want dat is te duur. Een goed pensioen later? Vergeet het, want de centen zullen op zijn.”

Ik heb de indruk dat jongeren meer en meer veel te braaf gaan worden, en alles gewoon ondergaan. Dat is geen verwijt naar de Vlaamse jeugd: dat is een westers fenomeen. En iets wat al bij de vorige generatie sluimert.

Als men niet gauw “ontwaakt”, gaat men zich nog meer berusten in dit lot en alles gewoon ondergaan. Dat is bij de grote massa een typisch fenomeen in dictaturen: dat was zo met de burgers onder de communistische regimes in Oost-Europa (ik heb in musea voorbeelden gezien in Hongarije en de Baltische staten) en dat is nu ook zo onder de dictatuur van de financiële markten.

Tijd dus voor een andere wereld…

Jammerlijk individualisme

Maar ik vrees dat die “andere wereld” nog veraf is. Daarom zijn de mensen te zeer op zichzelf gericht. Helaas in slaap gewiegd door jammerlijk individualisme…

Toen we meer dan 500 dagen zonder regering zaten, las ik nergens zo’n heftige reacties als tegen de voorbije twee vakbondsacties. We feesten gezellig als België het wereldrecord regeringsvormen heeft verbroken, iets waar we toch allemaal verontwaardigd over zouden moeten zijn, maar klagen steen en been als we op een andere manier ons moeten gaan verplaatsen door een staking.

Bepaalde jongeren schrijven opiniestukken in kranten en op een eigen blog als ze door een staking worden getroffen.

Maar heeft er iemand ooit een open brief geschreven naar rating agencies, naar bankiers die ons in deze crisis hebben gestopt, naar speculanten die “zomaar” landen (extra) in de problemen kunnen brengen, naar politici die geen regering vormden, naar hoofdzetels van bedrijven die Belgische fabrieken sloten om ze in een lageloonland weer op te zetten of naar mensen die veroordeeld werden wegens massale fiscale of sociale fraude?

De reden is simpel: wat mensen niet direct raakt, kan hen niet schelen.

Versta me niet verkeerd: ik verwijt niemand individueel iets… Ik vind het zelfs een menselijke reactie. Maar het kan geen kwaad af en toe aan reflectie te doen.

Want die pensioenhervormingen komen niet uit de lucht vallen. Ja, ze zijn een antwoord op de vergrijzing. Maar waarom moet het nu plots zo snel? Besparingen. Waarom moet er bespaard worden? Deels door de crisis – minder staatsinkomsten (minder werkenden bvb) en meer staatsuitgaven, door o.a. meer werklozen en  de bail-out  van de banken. Waarom moesten de banken gered worden? Omdat ze het zelf verprutst hadden en zich in Amerikaanse wespennesten hadden gemoeid. Dit alles is geen prietpraat, maar een bewezen economisch verschijnsel (dank u meneer Stiglitz). En dan zwijg ik nog over de speculanten en de short selling.

Dat de graaiers in de financiële sector voelen we niet direct, maar pas na een butterfly effect. Van een staking zie je echter directe effecten. Daarom is het ook het duidelijkste en sterkste actiemiddel. Maar daarom roept het ook de hevigste reacties op.

In mijn vorige blogpost gaf ik op een bepaald moment het voorbeeld van de Indignados betoging, een voorbeeld van een betoging in het weekend:

Halverwege oktober was er een betoging van de indignados in Brussel. Maar daar was geen protest over te horen want die manifestaties vonden allemaal plaats in het weekend, wanneer de meeste mensen niet moeten werken. Dus zolang het ons niet hindert of dreigt te hinderen tijdens de week zijn we tevreden?

Staken is geen pleziertje!

Het lijkt misschien zo, maar staken is geen pleziertje voor de vakbonden. Velen denken van wel, omdat het nu lijkt alsof de vakbonden een verlengd (kerst)weekend willen en de vorige keer gewoon een verlengd weekend.

Vandaag hoorde ik nog de volgende quote: “als je nu eens een statistische analyse zou doen van de stakingsdagen, dan zou je zien dat het allemaal in de buurt van een weekend is”. Logisch, vermits 80% van de werkdagen in de buurt van een weekend zijn.

Staken lijkt leuk, maar dat is het niet… Er zijn zelfs een aantal nadelen aan verbonden:

1. Het kost geld aan de vakbonden

Wie staakt, krijgt geen loon maar een zogezegde “stakingsvergoeding”, tenminste als men gesyndiceerd is: een stakingsvergoeding die uit de vakbondskas gehaald wordt, niet uit de geldbeugel van de werkgever (bron). Staken kost vakbonden dus geld!

Voortbouwend hierop kan je dus het volgende stellen: hoe meer vakbonden staken, hoe meer geld het hen kost. En het kost hen per staker per dag veel meer dan van het maandelijks lidgeld van een vakbondslid: het mijne bedraagt bijvoorbeeld om en beide €13… per maand.

2. Stakingsvergoeding ligt veel lager dan een dagloon

Hoe hoog de stakingsvergoeding is, hangt af van vakbond tot vakbond. Een voorbeeld dat Tanguy Cornu, federaal secretaris van het ABVV geeft: “De vergoeding die stakende arbeiders bij ons ontvangen, is 30 euro per dag.” (bron)

Is €30 per dag een dagloon? Ik dacht het niet. Stel nu dat men een hele werkmaand staakt, dan krijgt men €30 x 22 werkdagen in een maand = €660. Volgens mij ligt dat onder het minimumloon van een werkende mens.

Dus terwijl u nogmaals zit te sakkeren dat u de trein en / of de bus niet kan nemen donderdag, kan u toch maar mooi van thuis uit werken, moet u een dag extra verlof nemen of moet u met de auto naar het werk. In elk van deze gevallen krijgt u gewoon een volledig dagloon uitbetaalt. De staker kan dat voor diezelfde dag niet zeggen: die krijgt donderdag 22 december geen volledig dagloon, maar een fractie ervan.

3. Wie staakt en niet gesyndiceerd is, krijgt niks

Inderdaad, helemaal niks. Ik vermoed dan ook dat het niet veel voorkomt dat niet-gesyndiceerden gaan (mee-)staken, maar als het zo is: chapeau.

Doet deze actie geen belletje rinkelen?

  • De actie van donderdag is er geen van “het spoor”, van de bussen in Brussel of van de treinconducteurs, maar van gans de openbare sector. Van een sector die tienduizenden mensen te werk stelt.
  • De vorige vakbondsbetoging bracht meer mensen op straat dan de Shame betoging eind januari 2011.
  • In de vorige paragraaf heb ik al uiteengezet dat staken voor stakers zelf ook veel nadelen inhoudt: vooral financiële. En dat is toch wat we nodig hebben om onszelf en onder kinderen eten te geven en verder te onderhouden, nietwaar?

Als een gehele sector het werk neerlegt, dan moet er toch wel iets niet pluis zijn lijkt me. Mensen gaan niet zomaar staken.

Het valse treinbiljet: een dwaze reactie

Dinsdagavond las ik op de website van De Morgen een artikel over een actie van trein-reizigers: het zogenaamde valse ticket. Op de website  www.reizigersprotest.be, een website overduidelijk gericht tegen de vakbonden, kunnen verontwaardigde treinreizigers een nagemaakt treinbiljet afdrukken. Daarop staat zowel als vertrek- en aankomstplaats “een willekeurig station in België” aangegeven.

Versta me niet verkeerd: dit is geen illegale actie. De initiatiefnemer hoopt dat de reizigers een geldig vervoerbewijs aankopen en toch ook het protestticket tonen.

Maar één ding: waarom werd dergelijke actie nooit ondernomen tegen de talloze vertragingen die alle reizigers teistert, gericht naar het management van de NMBS, De Lijn, de MIVB of de TEC?

En wie nu nog niet overtuigd is, read this: Moeder waarom staken wij?

4 reacties

Opgeslagen onder Economie, Politiek, Standpunten, Werk